Waar het controlecijfer voor is
Het laatste cijfer van elke EAN- en UPC-barcode wordt uit de andere cijfers berekend. Als een scanner of een persoon een nummer leest met één fout cijfer, of met twee omgedraaide buurcijfers, klopt het controlecijfer niet meer en wordt de fout opgemerkt.
Van EAN-13 naar GTIN-14 (DUN-14) voor dozen
Omdozen met meerdere verkoopeenheden krijgen een nummer van 14 cijfers, de GTIN-14. Die wordt vaak gedrukt als ITF-14-barcode en soms DUN-14 genoemd. Zo maak je hem vanuit de EAN-13 van het product:
- Kies een indicatorcijfer 1–8 voor de verpakking, bijvoorbeeld 1 voor een doos van 6 en 2 voor een doos van 24.
- Zet het vóór de eerste 12 cijfers van de EAN-13 en laat het oude controlecijfer weg.
- Plak de 13 cijfers hier en kies Controlecijfer toevoegen. Voorbeeld: EAN-13 5901234123457 met indicator 1 geeft 1590123412345, en de calculator voegt 4 toe: 15901234123454.
Maak daarna de barcode van de doos in de ITF-14-barcodegenerator, of veel tegelijk in de bulkgenerator.
Veelvoorkomend gebruik
- Nieuwe productnummers aanvullen: je hebt de 12 cijfers uit je GS1-reeks en hebt het 13e nodig.
- Een productlijst opschonen: plak een kolom uit Excel en vind de nummers met typfouten.
- Voordat je barcodes afdrukt: controleer eerst de nummers en maak dan de barcodes met de EAN-13-, de UPC- of de generator voor meerdere codes (die ook automatisch controlecijfers toevoegt).
Heb je nummers nodig voor nieuwe producten? Lees zo krijg je een barcode voor je product.